ThuisHandelHistorieUit de FrisoContact en toevoegingenFoto's WorkumVerhalenGeschiedenis
Gereformeerde kerk
Toer de Dolte
Joodse begraafplaats
Huismerken Gertrudis kerk
Winkelweek 1921 Greate Pier
Het Stadhuis
Stedeke Workum
1000-jarg bestaan
Het Weeshuis
Scholen door de jaren heen

 

 De schoolmeesters van Workum in de loop der tijden.

1. Latijnse School
1a. Rectoren
Het gebouw waar de Latijnse school in Workum was gehuisvest, dateerde uit de eerste helft van de 16de eeuw, zoals blijkt uit een bericht uit de Leeuwarder Courant van 25 sept. 1943:











 "Bij de restauratie der N.H. kerk te Workum (1940-43), het koor, het oudste deel, dateerend van ca. 1500, is de zgn. oude Latijnsche school, een gebouwtje tegen het koor gebouwd, mede in zijn oude glorie hersteld. Volgens de architect (Jan de Meyer van Amsterdam) dateert het gebouwtje van ca. 1530 en zou het van dezelfden bouwmeester, die ook de kerk stichtte, afkomstig zijn."






In aug. 1593 was mr. Frans Mauritsz. Stans "rectoer der stede Worckum". Bij de restauratie van
de hervormde kerk van Workum in 1951 werd in een pilaar een stuk lood gevonden met een opschrift, uit 1594, onder andere ondertekend door "Frans Mauris Stas, Rector Vorcomiae". Hij ontving jaarlijks 60 gulden pencie van de Staten. In 1596 is hij waarschijnlijk rector te Stavoren geweest. In elk geval was hij nov. 1596 weer te Workum. Hij was hier in mei 1606 nog in functie. In okt. 1607 was sprake van de weduwe van wijlen Frans Maurits Stans, "in tijden rector te Worckum". In 1614 was Pierius Jetzonius rector scholae te Workum. In 1620 werd de rector ook het onderwijs in de andere vakken opgedragen, wegens te klein traktement: wel hadden de Staten de 60 c.g. met 50 c.g. vermeerderd, maar dit werd nog niet voldoende geacht. Tot 1633 bleef derector ook de andere school (in één gebouw trouwens) waarnemen.  Op 9 april 1619 was mr. Michael Johannis Amerimni schooldienaar te Workum en was Sjouck Jansdr. zijn huisvrouw.  Ze waren op 7 maart van dat jaar te Workum getrouwd. Op 29 sept. 1622 trouwden Tijberius Albada, rector en organist van Workum, en Antie Abrahams, van Bolsward  In april 1627 werd Jacobus Vermeulen, kandidaat en schooldienaar te Workum, beroepen tot predikant te Hemelum. Op 1 mei 1631 was Gerlacus Buwama ordinaris schooldienaer te Workum.  In 1633 werd mr. Hartvelt benoemd als rector van de Latijnse school, op een traktement van
ƒ 250. Sedertdien was de Latijnse school dus weer apart. In 1656 was Johannes Nannes Faber rector scholae; in aug. 1664 was hij nog steeds rector. Hij is vóór april 1665 overleden, want toen werd genoemd: Froukjen Hanses, de weduwe van wijlen de rector. Waarschijnlijk werd hij opgevolgd door Walerius Hitsma. Op 13 jan. 1667 liet deze een kind dopen. Hij werd in juni 1668 predikant te Hijlaard. In 1670 was Jacobus Bos rector te Workum. Op 1 aug. 1669 had hij hier een kind laten dopen en in nov. 1670 werd zijn zoon Lambertus gedoopt.  In okt. 1687 was hij hier nog als rector. Hij zou toen trouwen met Maijke Hilarides, doch zij overleed kort voor het huwelijk. Op 8 febr. 1704 trouwde Abelias Jansoni, rector te Workum, met Jeltje Koraal van Workum. In okt. 1712 was Bernardus Lemstra van der Molen kandidaat en rector te Workum. Hij was de zoon van Regnerus van der Molen, rector te Joure. Op 3 juni 1714 kreeg hij verlof om elders tetrouwen met Lijsk Pijtters van Nes. Hij is hier in zijn bediening rector omstreeks 1715 overleden.
Waarschijnlijk is hij als rector opgevolgd door conrector Bosch, want op 15 juli 1720 is er sprake van wijlen Keimpe Bosch, in leven rector te Workum, en van zijn vrouw wijlen BaukjenHeineman. Er werd toen een curator benoemd over hun zoon Jacobus Bosch, oud 14 jaar. Omstreeks 1728 was Bavius of Borritius Heineman kandidaat en rector te Workum. Hij werd in 1731 als predikant te Wons bevestigd. In 1730 was het rectoraat van de Latijnse school opgedragen aan ds. Bernardus Lemstra alhier. Hij was eerder predikant te Oostermeer en Stavoren geweest. Zijn vrouw was Hijlkjen Monsma. Hij bekleedde het rectoraat tot zijn dood op 3 april 1775; hij was toen 75 jaar oud. Ds. Petrus Hoekema, predikant te Workum, werd in 1775 tot rector benoemd. In 1789 ging hij met emeritaat. Hij werd opgevolgd door ds. Willem Koers, predikant en rector tot 1792. Ds. Willem Elias Chatin was van 1792 tot 1804 predikant te Workum en tevens rector. Na 1804 werd het rectoraat te Workum als vacant opgegeven in het Vriesch Comptoir Almanak. Ds. Lambertus Martens de Boer was predikant en rector te Workum van 1817 tot zijn overlijden in 1844. De Boer was de laatste rector van de Latijnse school in Workum. In 1854 werd de Latijnse school te Workum opgeheven.

1b. Conrectoren
Op 1 maart 1662 stonden de Gedeputeerde Staten 300 c.g. aan Workum toe voor een conrector aan de Latijnse school. Op 2 sept. 1663 was Nicolaus Wisemaer in Workum. Op 10 feb. 1667 trouwde Nicolaus Johannes Wismer, conrector en organist te Workum, alhier met Lipk Sijbes Botzius (Beetzius) van Beetsterzwaag. (Een zekere Oeds Sioerdes Beetzius was dorprechter en ontvanger te Beetsterzwaag.) In okt. 1671 was Wismer hier nog als conrector. Op 14 aug. 1674 trouwde Ambrosius Matijses Hijlkama, conrector en organist (geboren ca. 1640), met Trijntje Bernardi Sylvius van Workum. In aug. 1676 werd hun zoon Mattheus gedoopt en op 24 nov. 1684 lieten zij hun zoon Bernardus Sylvius dopen. Toen was Hijlkama dus nog als conrector in Workum. Volgens een huwelijksproclamatie uit aug. 1691 was Livius Groenius, conrector in de Triviale schole, getrouwd met Tettie Florisdr. Volgens het doopboek was hij in maart 1688 al in Workum; in 1696 kwam hij hier nog voor. Op 8 dec. 1702 werd te Workum gedoopt: Jacobus, zoon van de conrector Bosch. Op 10 okt. 1706 werd opnieuw een Jacobus gedoopt. Waarschijnlijk is deze conrector Bosch later rector geworden. (Zie eerder.) Na 1778 werd te Workum geen melding meer gemaakt van een conrector.
2. Nederduitse school
2a. Eerste school
Ten zuiden van het koor van de Grote Kerk was de school gebouwd, die als Latijnse èn als gewone school werd gebruikt. In 1620 werd de rector ook het onderwijs in de andere vakken opgedragen, wegens te gering inkomen. Dit bleef zo tot 1633.a In de jaren 1580-1581 was mr. Pieter Martinszn. "schoelmester" te Workum. Hij ontving per jaar 40 c.g. van de raad. In 1608 was waarschijnlijk Foockle Wijbesz. schoolmeester te Workum. Daarna werd hij schoolmeester te Franeker. Op 12 dec. 1614 was Gerlacus Buwama of Buma schooldienaar te Workum. Hij was hier op 3 nov. 1612 reeds als procureur. Hij werd op 1 mei 1631 nog genoemd als ordinaris schooldienaer te Workum. Mr. Michiel Jansz was op 15 maart 1615 schooldienaar te Workum.
Op 9 april 1619 was mr. Michael Johannis Amerimni schooldienaar te Workum en was Sjouck Jansdr. zijn huisvrouw. Ze waren op 7 maart van dat jaar te Workum getrouwd.e Op 29 sept. 1622 trouwden Tijberius Albada, rector en organist van Workum, en Antie Abrahams van Bolsward. In april 1627 werd Jacobus Vermeulen, kandidaat en schooldienaar te Workum beroepen tot predikant te Hemelum. (Amerimini, Albada en Vermeulen waren tevens rector; zie eerder.)
In 1633 werd evenwel besloten de beide scholen weer te scheiden. Mr. Hartvelt werd toen rector "van den latijnsche jeught alleen". Hij leverde boeken, papier, pennen en inkt "soo wel in meister Piers schole als sijn eigen geconsumeert wordende." De Latijnse school werd toen naar een ander gebouw overgebracht. Hieruit blijkt dus dat in 1633 mr. Pier schoolmeester was aan de "duijtsche school". Niettemin wordt in dat jaar besloten "dat men met den eersten tot gerieff van de duijtsche jeucht sal beroepen een goed duitsche meester, wel geoeffent en perfect in de rekenkonst en een goeden handt heeft van schrijven, die wederom in de olde schole geset sal worden en dat men tot dien einde de muer in de schole wederom wech breke ..." De nieuwe meester kreeg toen ook de leverantie van boeken, papier, enz. aan zijn school. In juni 1637 was mr. Jochem Petes Stelma schoolmeester te Workum.i In mei 1645 e.v.kwam hij in de kerkvoogdij-rekeningen voor. Hij kreeg van de kerk ƒ 18 per jaar voor kerkdienst (waarschijnlijk orgelspelen), benevens ƒ 6 voor het onderhoud van het uurwerk in het jaar 1650 e.v. In 1656 was hij hier nog; toen werd onderhoud gepleegd aan mr. Jochims school. In het najaar van 1656 is hij te Workum overleden. In jan. 1657 was hier mr. Pouwel (of Poulus) Stellma schoolmeester aan de Nederduitse school. Hij had ook het opzicht over het uurwerk en ontving de eerste jaren (van aug. 1656 tot 1662) ƒ 24 "tractement van 't orgel". Ook kreeg hij ƒ 8 per jaar voor onderhoud van het orgel. Hij legde in mei 1658 het nieuwe trouwboek aan. Op 24 aug. 1662 werd hier zijn zoon Daniël gedoopt. Hij is in 1666 overleden, want op 10 juli 1666 vond een inventarisatie plaats ten sterfhuize van wijlen mr. Poulus Stelma.
Op 17 april 1681 trouwde mr. Henrick Hugon, schoolmeester te Workum, met Aeffie of Antie Watties. Zij hadden drie kinderen: Hendrik (gedoopt op 14 juni 1682); Jaijtske (gedoopt op 18 jan. 1684) en Wattie (gedoopt in sept. 1686). In maart 1695 hertrouwde mr. Hendrik Huigens met Marijke Jans. In nov. 1697 stond de volgende aantekening in het doopboek van Workum: "Dewijlle meester Hugon selve weder song, heb ik het boek hem wedergebragt en is door swaar toeval van sijn gedurige swakheit deze 2 overgeslagene maanden (dec. 1697 en jan. 1698) niets geschreven." De schrijver nam sedert april 1697 de dienst waar. De hand in het boek, vanaf 1680 dezelfde, was dus blijkbaar die van mr. Hugon. Op 16 mei 1698 was Hendrik Hugon,in leven schoolmeester en voorzanger te Workum, niet meer in leven. Er werd toen een voogd benoemd voor zijn zoon Hendrik, 16 jaar oud, uit zijn eerste huwelijk met Antie Watties; zijn tweede vrouw Marijke Jans leefde toen nog. De "duijtsche" school werd gehouden in de "Capelle op 't Noord", die echter in 1689 bouwvallig werd, waarom tot de bouw van een nieuwe school besloten werd.In 1682 was Claas Jans Oudekerk schooldienaar te Workum. In 1691 trad hij te Workum in het huwelijk met Trijntie Clases van Sexbierum. Op 28 jan. 1701 werd genoemd: mr. Barend Odink, schooldienaar en voorzanger van de Grote Kerk te Workum. Voordien was hij schoolmeester en organist te Joure. Hij was getrouwd met Aeltie Hartmans. Op 6 okt. 1695 hertrouwde hij met Agnieta Cupery of Cuperus. Op 13 dec. 1702 werd hun zoon Meinart gedoopt. Deze is waarschijnlijk korte tijd later overleden, want op 27 maart 1707 werd opnieuw een zoon Meinart gedoopt.
Na 1712 kwam de post orgelspelen niet meer in de kerkvoogdij-rekeningen voor; sedertdien werd het blijkbaar waargenomen door de conrector, voor rekening van de stad. Wel werd elk jaar ƒ 8 voor onderhoud van het orgel besteed aan orgelmakers buiten de stad. Op Allerheiligen in 1712, 1713 en 1714 ontving B. Odink ƒ 14 voor 1 jaar " kerck- en klockedienst". In mei 1715 ontving Hartman Odink ƒ 7 voor een half jaar "kerck- en klockedienst". Tussen toen en nov. 1715 is hij blijkbaar overleden, want in nov. 1715 is sprake van wijlen mr. Barent Odink, in leven vroedsman te Workum. Vóór 15 jan. 1722 is zijn weduwe overleden: "15 jan. 1722 wl. Barend Odinck, in leven voorsanger en schoolmr. te Workum en zijn wl. huisvrouw Agnietje Cuperus". Er werd een curator benoemd; het oudste kind was toen 26 jaar.b In mei 1715 kwam mr. Hijlke Simonides van Hindeloopen, waar hij eerder schoolmeester was. Op 29 maart 1724 werd zijn zoon Tjerk gedoopt. Hij was ook voorzanger en koster; hij ontving jaarlijks ƒ 14 voor kerkvegen en klokdienst. Hij is overleden tussen mei 1724 en mei 1725, want in mei 1725 ontving zijn weduwe de ƒ 14 voor kerkdienst. Hij werd in mei 1725 opgevolgd door zijn zoon Sijmen Hijlkes Simonides. Deze trouwde op 16 nov. 1727 met Pietje Pijtters Hagius, die in 1750 overleed. Hij is later hertrouwd, want nadien werden gedoopt: zijn zoons Hijlke en Jouke (gedoopt op 7 nov. 1759); weer een zoon Hijlke (op 22 juni 1763) en een dochter (1765). Simonides was ook voorzanger en koster; hij ontving ƒ 14 voor klokluiden en verzorging van het uurwerk. In feb. 1767 ontving hij voor het laatst ƒ 14 en in mei van dat jaar werd zijn weduwe genoemd. In juli 1767 was mr. Ruerd Johannes Ruardi hier als schoolmeester, voorzanger en koster. Hij kwam van Oudega (Sm.) Hij ontving van de kerk ook steeds ƒ 14 per jaar; in mei 1783 nog.
Hij stond omstreeks 1800 aan het hoofd van de Eerste Burgerschool. (Zie verder.) 2b.

2b Tweede school
Aan het hoofd van de tweede school stond in april 1644: mr. Arent Gerrits, schooldienaar in Workum. Hij was tevens notaris.In 1652 was mr. Pijtter kerck- en schooldienaar. Zijn salaris bedroeg ƒ 200, plus schoolpenningen en vrije woning. Hij was hier in 1657 nog. Hij was tevens voorzanger en klokluider en hield ook de doop- entrouwboeken bij.Op 28 april 1681 vond een inventarisatie ten sterfhuize van wijlen mr. Sibble Idtsen plaats, in leven schooldienaar van de Noorderschool te Workum; zijn weduwe heette Antie Thomas. Zij hadden een aantal kinderen gehad: Ids, gedoopt 25 jan. 1660, een kind gedoopt in jan. 1663, Ids, gedoopt 15 sept. 1678, en Ids, gedoopt op 10 nov. 1680.Op 5 okt. 1680 trouwde mr. Liuwe Sipckes met Lijsbeth Hijlckes te Workum. Het is niet zeker of hij schoolmeester was. In 1688 besloot de raad dat de drie schoolmeesters "voor haar ordinaris tractement ieder 1/3 gedeelte der weesen alhier in 't weeshuis gealimenteerd wordende, gratis zullen moeten leeren." In 1697 werd de "wooning van de stadtshuisinge aen het Raadthuis" ook als school aangewezen; waarschijnlijk waren ze tot die tijd onder één dak. Op 23 feb. 1696 was Age Ybesz Bruynsma als schoolmeester in Workum. Voordien was hij
schoolmeester in Ferwoude geweest. Hij was omstreeks 1663 geboren. Hij was gehuwd met Bauck Jenties. Op 18 sept. 1698 lieten zij hun zoon Jelle dopen en in juli 1705 werd een dochter gedoopt. Op 19 juni 1717 werd hij nog genoemd; zijn vrouw was toen inmiddels overleden. Op 10 april 1699 trouwde mr. Willem Heineman, organist te Workum, met Grietje Franses of Fransdr. van Langezwaag. Het is niet zeker of Heineman toen al schoolmeester was, zeer waarschijnlijk wel. In feb. 1702 kocht het echtpaar Heineman een huis; hij werd toen schooldienaar en organist genoemd. Rond 1712 kwam hij voor als collecteur en in 1717 werd genoemd: Willem Heineman, organist en schooldienaar te Workum, oud 40 jaar. Waarschijnlijk heeft hij mr. Age Ybesz opgevolgd als schoolmeester. Als kinderen van Heineman zijn bekend: Jan (gedoopt op 17 maart 1700); Borres (26 april 1702); Johannes (6 jan. 1704); Sjoukje (7 feb. 1706); Frans (13 jan. 1710); Wijbrandus (31 okt. 1725, later predikant te Warns); Klaas (19 okt. 1729); Cornelis (5 sept. 1731). Hij is op 7 aug. 1744 overleden, oud 66 jaar en ruim 3 maanden. In dec. 1734 stond de naam van mr. Hendrik Thijssen of Tijssens in het doopboek. In 1749 kwam hij voor als schoolmeester en organist. Ook in 1738, 1740 en 1744 werden kinderen van hem gedoopt. Pas in 1766 werd weer een dochter van hem gedoopt. Hij was toen getrouwd met Martjen Gerkes, waarschijnlijk zijn tweede vrouw. Zij kregen nog twee zoons Tiese (13 juli 1769) en Gerke (26 juli 1772).d In maart 1774 kwam de naam van Thijssen voor het laatst voor. In mei 1785 kwam mr. Johannes Braam, schoolmeester, van Tzum. Zijn vrouw was Pietje Veurmans. Hij was tevens organist. Omstreeks 1800 werd hij hoofd van de Tweede Burgerschool, op een traktement van ƒ 426.
Het is niet duidelijk op welk van beide scholen Jacobus Willems Ybema, schoolhouder te Workum, gestaan heeft. Op 3 maart 1788 stuurde hij een sollicitatiebrief op rijm aan de magistraat van Sloten. Op 8 april 1793 was hij nog in Workum.
 

3. Eerste Burgerschool

Omstreeks 1800 telde Workum twee scholen, beide van de eerste rang. Ruurd Johannes Ruard stond in Workum aan het hoofd van de Eerste Burgerschool, op een traktement van ƒ 470. Hij ontving van de kerk steeds ƒ 14 per jaar; in ieder geval tot mei 1783. Hij hield blijkbaar ook de doopboeken bij. Hij overleed op 9 nov. 1803, bijna 68 jaar oud. Zijn zoon Johannes Ruardi werd later secretaris van Sloten.

Van 1803 tot 1804 stond P. Meet provisioneel (tijdelijk) aan de Eerste Burgerschool. Waarschijnlijk is hij in mei 1804 vertrokken, want toen werd in een advertentie in de Leeuwarder Courant gevraagd: "een stads-schoolmeester en voorzanger, tract. ƒ 350 en een collect van ƒ 70 en vrije woning en aanzienlijke emolumenten; aangifte voor 1 juni 1804". Toen werd C. van de Wetering, 2e rang, benoemd aan deze school. Hij was voordien schoolmeester in Amsterdam geweest. Hij was in Workum tevens voorlezer en voorzanger. In 1805 kwam er een nieuw gebouw voor deze school. In 1810 was Van de Wetering 36 jaar oud; zijn traktement was toen ƒ 998. Hij heeft in 1821 afstand gedaan. Op 1 april 1822 kwam Jacob Schuitemaker, 1e rang, op de Eerste Burgerschool. Daarvoor was hij sedert 1815 verbonden aan de Tweede Burgerschool. Hij was getrouwd met T. Kuipers. In 1837 kwam er een nieuw gebouw voor deze school in Workum. Op 13 feb. 1851 verscheen een advertentie in de Leeuwarder Courant: "Jb. Schuitemaker, Onderwijzer in de Stads eerste School, te Workum, vraagt een Kweekeling, niet beneden de 15 jaar, tegen eenige vergoeding voor kost en inwoning." Schuitemaker herdacht op 2 feb. 1857 zijn 50-jarige schooldienst. Hij ontving toen van de Koning de zilveren medaille voor 50 jaar trouwe dienst. De Leeuwarder Courant van 6 feb. 1857 vermeldde dit jubileum. (De vader van de jubilaris, C. Schuitemaker, had rond 1757 het onderwijzerschap aanvaard. Hij leidde 6 zoons in het ambt op, waarvan twee, hun 50-jarige schooldienst volbrachten. Van die 6 zoons werden enkelen weer door hun zoons opgevolgd.) Omstreeks aug. 1859 werd hem eervol ontslag verleend; in 1861 werd hem een pensioen toegekend van
ƒ 914. Hij is te Workum op 3 aug. 1864 overleden, oud 75 jaar;
zijn vrouw leefde toen nog. Schuitemaker werd in 1860 opgevolgd door Douwe Steffens Bartstra, 2e rang, voordien schoolmeester te Poppingawier. (Zijn zoon Steffen Bartstra, geboren op 19 feb. 1861 te Workum, werd de bekende nederlands hervormde predikant.a) Bartstra ging met pensioen in 1881, toen de Eerste Burgerschool werd gecombineerd met de Tweede Burgerschool.

 

4. Tweede Burgerschool

Aan het hoofd van de Tweede Burgerschool stond omstreeks 1800. Johannes Braam. Hij was in mei 1785 in Workum gekomen als schoolmeester en organist, nadat hij voordien schoolmeester in Tzum geweest was. Hij was in 1774 getrouwd met Pietje Veurmans. Zijn traktement als hoofd bedroeg ƒ 426. Hij overleed te Workum op 10 juli 1808, oud 66 jaar en 6 maanden.

In de jaren 1808 en 1809 was Lijckle Jans Smit tijdelijk aangesteld aan de Tweede Burgerschool te Workum. Zijn traktement bestond uit: ƒ 300, de schoolpenningen en een vrije woning. Hij werd in 1809 opgevolgd door Albert Hessing, 2e rang, afkomstig uit Koog aan de Zaan. Hij vertrok in 1810 naar Bolsward. In dat jaar werd de 24-jarige H. Florijn, 2e rang, aangesteld. Zijn traktement was toen ƒ 600. Hij vertrok in 1814 weer uit Workum. Het

traktement bestond toen uit ƒ 303, vrij wonen en de schoolpenningen (ruim 100 leerlingen). Hij werd op 13 juli 1815 opgevolgd door de reeds genoemde Jacob Schuitemaker, 2e rang, die daarvoor in Midwoud werkzaam geweest was. Zijn traktement was: ƒ 300, een woning en de schoolpenningen van ca. 100 leerlingen à ƒ 0,90 (lezen), ƒ 1,20 (lezen, schrijven) of ƒ 1,80 per kwartaal (lezen, schrijven, rekenen). Op 1 april 1822 werd hij overgeplaatst naar de Eerste

Burgerschool. De Tweede Burgerschool kreeg op 1 mei 1822 Kerst Johannes de Kok, 2e rang, als hoofd. Deze was daarvoor in Tjerkgaast werkzaam geweest. Hij is in het voorjaar van 1828 te Workum overleden.

Op 23 juni van dat jaar werd Bruno Lieuwes van Albada, 2e rang, als zijn opvolger benoemd. Hij was eerder schoolmeester in Oudebildtzijl. In 1838 kwam er een nieuw schoolgebouw. Van Albada schreef in Workum zijn: Uit de Oude en Nieuwe Doos: herinneringen uit de School en Het Leven van een 80-jarige oud-hoofonderwijzer.b In 1859 kreeg hij eervol ontslag; in 1861 werd hem een pensioen toegekend van ƒ 735. Zijn opvolger was Eelke Meijer, geboren op 30 juli 1832, die tot 1860 werkzaam was geweest in Oudega (W.). Aan deze school waren in die tijd ook hulponderwijzers aangesteld: in 1862 werd Cornelis Soers, geboren op 28 juni 1841, genoemd en in 1867 Ype van der Wal, geboren op 30 sept. 1846. Waarschijnlijk werd in 1872 als opvolger van Meijer aangesteld: Roelof Vermeulen J.Gz. Hij was daarvoor werkzaam aan de armenschool te Workum. Hij was op 28 aug. 1869 gehuwd met Alberdina van der Wal, uit Leeuwarden. In 1877 kreeg Vermeulen eervol ontslag. Deze school heette toen de Noorderschool.

Op 16 okt. 1877 werd Gijsbertus Stüvel Az., van Hemelum, aan de Tweede Burgerschool benoemd. In 1881 werd de Eerste Burgerschool met deze school gecombineerd. In 1882 werd er een nieuwe school gebouwd, op de plaats van de vroegere Zuiderschool (Wijk D). Stüvel

5. Overige scholen
In 1861 werd in Workum een armenschool opgericht. Deze school was gevestigd in een bijgebouw van de nederlands hervormde kerk. In 1861 werd Klaas J. Andriesse, 2e rang, aangesteld op deze armenschool. Hij was rond 1847 in het huwelijk getreden met Antje F. Ferwerda. Andriesse had in Workum reeds eerder een Bijzondere school der 2e klasse, die door de gemeente werd gesteund en in 1861 werd overgenomen. Hij werd toen door de gemeenteraad als hoofdonderwijzer aangesteld. Hij overleed op 24 okt. 1868, oud 53 jaar. Zijn opvolger werd op 1 juli 1869 Roelof Vermeulen J.Gz., daarvoor hulponderwijzer te
Leeuwarden. In 1870 werd een nieuwe school gesticht. Vermeulen werd in 1872 overgeplaatstnaar de Tweede Burgerschool. (Zie eerder.) (In 1870 was H. de Jong als hulponderwijzer aan de armenschool van Workum verbonden.) De opvolger van Vermeulen was G. Kappenburg. Hem werd in 1873 eervol ontslag verleend. Hij werd toen opgevolgd door Pieter Jans van der Wal. Deze was op 14 maart 1848 te Groningen geboren. Hij was gehuwd met Adriana Margaretha Meeter. (Hun dochter trouwde later met ds. H.N. Ysbrandi, predikant te Grouw.) In 1888 werd voor de armenschool een nieuw gebouwgesticht. Op 1 okt. 1908 werd Van der Wal eervol ontslag verleend, met welke datum de armenschool werd opgeheven. Hij was ook leraar, later directeur, van de Rijksnormaallessen in Workum. Hij is overleden te Leeuwarden op 2 jan. 1933. Zijn weduwe overleed op 21 jan. 1934 op 78-jarige leeftijd.
In 1855 werd in Workum een particuliere Franse school (MULO) opgericht; het was een dag- en kostschool. Op 1 okt. van dat jaar werd Arie Keen van Bellingwolde hier aangesteld. Hij was geboren op 30 okt. 1820. Hij stond te Workum tot 1879, toen deze school met ingang van 1 jan.1880 weer werd opgeheven. In 1883 werd te Workum een nieuwe gemeentelijke school voor ULO opgericht. Zij werd gehouden in een lokaal van de nieuwe Burgerschool. In dat jaar werd Pieter Cornelis Johan Lapidoth als hoofd aangesteld. In 1902 ging hij met pensioen. Hij werd toen opgevolgd door mej. M. Hellema, die op haar beurt in 1907 met pensioen ging. Haar opvolger werd J. Zwanenburg. Hij kreeg op 1 okt. 1919 eervol ontslag als hoofd van deze school voor ULO, die tezelfdertijd werd opgeheven, kreeg op 29 april 1886 eervol ontslag, wegens vertrek naar Sneek op 1 juli van dat jaar. Hij werd op 1 sept. 1886 opgevolgd door B. Jonkmans, die voordien in Terband werkzaam was geweest. In 1914 werd hem eervol ontslag verleend. Zijn opvolger was Y. Oosten. In 1924 werd de school geheel verbouwd. Rond 1 april 1946 ging Oosten met pensioen. Hij werd toen opgevolgd door Th. Breukelaar, die daarvoor onderwijzer in Enschede was geweest. In 1952 was hij nog aan de Burgerschool in Workum verbonden.

6. Bijzonder onderwijs
In 1804 hield Ruurd Johannes Ruardi (Ruardy) een Bijzondere school der 2e klasse te Workum. Hij trouwde hier op 14 dec. 1806 met Agnietje Eelkes. Hij was hier in 1816 nog. In 1816 was er te Workum nog een Bijzondere school der 2e klasse van P. Bosma, 3e rang. Op 11 okt. 1858 werd door Hendrik (van) Binnendijk een bijzondere school voor christelijk onderwijs opgericht. De vereniging kreeg per 4 okt. 1863 rechtspersoonlijkheid. Hij werd in 1866 het eerste hoofd van de christelijke school te Anjum. Hij werd waarschijnlijk opgevolgd door Geert Grüneveld, die in sept. 1874 naar Kollum vertrok. Zijn opvolger was J.P. van Dooren, die tevens aan de MULO les gaf. In 1888 was F.E. Boeschoten hoofd van deze school. In 1892 stond Bonne Y. Wielenga te Workum aan het hoofd van deze christelijke volksschool. (Gereformeerd en hervormd gingen toen nog samen.)



















In 1906 werd de school verbouwd. Bonne Wielenga is op 84-jarige leeftijd overleden, in juli 1948. De vereniging heette Nieuwe Vereeniging van Christelijk Schoolonderwijs. In 1921 werd besloten de school te splitsen in een voor gewoon lager onderwijs en een ULO; beide met een eigen hoofd, doch aanvankelijk in één gebouw. De splitsing kwam in 1922 tot stand. Bonne Wielenga was in 1922 aan de christelijke volksschool opgevolgd door zijn zoon Y.B. Wielenga. Onder zijn leiding werd op 11 okt. 1933 het 75-jarig bestaan der school herdacht. De school was toen nog steeds op de plaats waar ze werd gesticht, namelijk op het Noord. In 1946 werd Y. Wielenga opgevolgd door J. Boeijenga, die van Oosterzee afkomstig was. Hij vertrok begin 1955 naar Lemmer.









Op 17 maart 1955 werd een nieuwe hervormde school met 7 lokalen
geopend.In 1922 werd J.A. Neuijen hoofd van de ULO-school in Workum. Hij vertrok in 1926 naar
Murmerwoude. Zijn opvolger werd toen S.H. van der Kluit, die op 1 feb. 1930 naar Doesburg vetrok.







Op 7 jan. 1930 werd te Workum de nieuwe christelijke ULO-kopschool geopend: de dr. J.Th.
isserschool. Aan het hoofd van deze school kwam K. Meijer van Sliedrecht te staan. In 1953 erd hij opgevolgd door P.G. Boogaard uit Veenendaal. n 1874 kwam er een afzonderlijke christelijke school voor meisjes; ook met een afdeling ULO. Van 1874 tot 1878 stond mej. H.D. van der Veen aan het hoofd van deze school. In 1878 erd de school weer opgeheven, of gecombineerd met de andere. n 1895 werd in Workum een rooms-katholieke school voor meisjes opgericht; begin 1896 werd e school geopend. Aan het hoofd stond toen mej. Chr. Kooiman. In 1903 werd mej. H.A. van e Wijngaard aangesteld als hoofd. In 1917 werd mej. P.J. Brouwer hoofd van deze school. aarschijnlijk is in 1923 mej. Van de Wijngaard weer hoofd van deze school geworden, want n 1938 was zij 15 jaar hoofd van de Zusterschool en bovendien was zij toen 48 jaar bij het onderwijs.
Op 1 april 1908 werd te Workum een rooms-katholieke school voor jongens geopend. Hoofd van de school was toen A.J.Ph. Ridder, zoon van M.H. Ridder, die te Bolsward hoofd van een RK school was geweest. In 1937 werd F.J. Popma aangesteld als hoofd van deze school. Hij was daarvoor werkzaam geweest als onderwijzer te Harlingen. In het najaar van 1946 werd hij hoofd van de RK jongenschool te Franeker. Hij werd toen opgevolgd door H.J.B. van Santen, die voordien onderwijzer te Ulft was geweest. Op 14 aug. 1922 werd de school voor gereformeerd christelijk onderwijs te Workum geopend. Hiervoor werd de openbare school aan de Stationsweg, de vroegere ULO, beschikbaar gesteld. Op 1 aug. 1922 werd S. Riemersma als hoofd van deze school aangesteld. Hij was tot die tijd onderwijzer aan de ULO school te Workum en was eerder als onderwijzer te Bedum en Hengelo (O.) werkzaam geweest. Op 1 dec. 1941 ging Riemersma met pensioen. Zijn opvolger werd J. Koornstra, die daarvoor onderwijzer aan deze school was.






 


Er was te Workum ook een christelijke lagere landbouwschool. Sedert 1949 stond hier M. Rozendal aan het hoofd. In aug. 1954 vertrok hij naar Kollum. Hij werd op 1 okt. opgevolgd door  R. de Groot, die van Dwingelo afkomstig was.










7. Heidenschap
In 1821 werd in het Workumer Heidenschap een school gesticht. Bij Koninklijk Besluita werd voor een aan te stellen onderwijzer te Heidenschap (dat deels onder Workum en deels onder Hemelumer Oldeferd en Noordwolde behoorde) een traktement van ƒ 200 van het Rijk
toegestaan. Op 1 jan. 1822 werd op deze school Daniël Sijmons Hollenga aangesteld. Zijn traktementwas: ƒ 200 van het rijk, de schoolpenningen (7,5 ct. per week, 40 leerlingen) en vrij wonen. Op 4 aug. 1824 werd deze school door de bliksem getroffen en gedeeltelijk vernield, terwijl 31
kinderen les kregen. Ze kwamen er allen levend af; wel waren enkelen gewond. Hollenga vertrok in dec. 1827 naar Almenum.
Hij werd toen opgevolgd door Dirk Simons Vrede Hollenga. Deze werd eerst tijdelijk benoemd, maar in mei 1828 kreeg hij een vaste aanstelling. Hij trouwde in 1834 met Maaike Anes Ritsma. Zij is in 1860 overleden; Hollenga overleed in 1864. Op 1 april 1865 werd zijn opvolger Theunis Bergsma aangesteld. Deze was voordien hulponderwijzer in Blesdijke. Hij overleed omstreeks okt. 1865 in Heidenschap. In 1866 werd
Everhardus Dijkstra van Hiaure benoemd. In het voorjaar van 1869 vertrok deze naar Offingawier. Zijn opvolger werd Reinder Zijlstra, die tot 1869 hulponderwijzer in Oudega (Sm.) was geweest. Zijn traktement was ƒ 400 en een vrije woning met tuin. Hij bleef tot zijn pensioen in 1895 werkzaam aan deze school in Heidenschap. De openbare lagere school te Heidenschap behoorde voor 2/3 aan Workum en voor 1/3 aan Hemelumer Oldeferd en Noordwolde. In 1884 werd hier een nieuwe school gebouwd, die toen geheel aan Workum scheen te behorenb Zijlstra werd in 1896 opgevolgd door Y. Zandstra. Hij kreeg in 1903 eervol ontslag. In dat jaar werd S. Banga benoemd. Hem werd op 1 juni 1909 eervol ontslag verleend. In dat jaar werd G. de Vries als zijn opvolger benoemd. De Vries vertrok naar Drogeham in 1911. In dat jaar werd besloten de school in Heidenschap op te heffen; in 1914 vond de werkelijke opheffing plaats. In 1921 werd te Heidenschap onder Workum een bijzondere gereformeerde (christelijk nationale) school opgericht in Brandeburen, op de grens van Workum en Hemelumer Oldeferd en Noorwolde. In 1932 werd A. van Wijk op deze school als hoofd aangesteld; hij was daarvoor onderwijzer te Vriezenveen. In 1946 werd W. Graeler, onderwijzer in Oosternijkerk, aangesteld als hoofd. In 1950 was hij nog aan deze school in Heidenschap verbonden.



ThuisHandelHistorieUit de FrisoContact en toevoegingenFoto's WorkumVerhalenGeschiedenis