ThuisHandelHistorieUit de FrisoContact en toevoegingenFoto's WorkumVerhalenGeschiedenis
Ontstaan
De Grote of St.Gertrudiskerk
De Waag
Het stadhuis
Doopsgezinde kerk
De Workumer toren
St.Werenfriduskerk
Scheepstimmerwerf De hoop
KRONIEK 1100 JAAR WORKUM
Tijdvak 600 v.C.-1000
Tijdvak 1000-1425
Tijdvak 1426-1523
Tijdvak 1524-1574
Tijdvak 1575-1640
Tijdvak 1641-1704
Tijdvak 1705-1795
Tijdvak 1796-1839
Tijdvak 1840-1893
Tijdvak 1894-1919
Tijdvak 1920-1973
Tijdvak 1974-2000
NATUURHISTORISCHE OMGEVING
Van Flevo tot IJsselmeer
Kerkepad de Tillefonne
De Aldedyk
De Workumermeer
it Heidenskip
Over de dijk naar Hindeloopen
Brekkenpaad
"ONTWIKKELING VAN WORKUM IN 100 JAAR" (1910-2010)
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7
Deel 8
Deel 9
Deel 10
Deel 11
Deel 12
Korte historie van de stad Workum

 
Fraaie gevelstenen

 
Schepen voor de haven

 
Stadszegel uit 1426

 
Veel bruggetjes over de Wymerts

 
  Palingaken in de Theems

Korte historie van de stad Workum
 
Als het stadhuis in Workum in 1727 wordt verbouwd, is het stadsbestuur niet in staat de kosten op te brengen. Lakenkoopman en tevens burgemeester Anne Hobbes de Boer put daarom uit zijn eigen kapitaal en schiet het meeste geld voor. Een treffend voorbeeld van de rijkdom van de Workumer kooplieden en grootschippers in die tijd.
 
Veel schippers in Workum
Het Friese kustgebied onderhield in de tijd van ca. 1200 tot ongeveer 1400 belangrijke relaties met Engeland. Ook Workum speelde daarin een belangrijke rol. Al in 1297 worden Workumer schippers vermeld in een Engels archief. Zo wordt vermeld dat er in 1305 tien Workumer zeeschepen in Engelse havens lagen. Uit de gegevens blijkt dat men vooral handel dreef in bewerkt hout, teer, pelswerk, stokvis, haring en zout.
Ook voer men veel op Hamburg. Daarom woonden er in Workum veel schippers enkooplieden.
 
Een drukke havenstad
In 1400 was Workum al een betrekkelijke drukke havenstad. In 1399 had de Hollandse Graaf Albrecht van Beieren de stad het poortrecht verleend. Met dit poortrecht kreeg Workum een aantal privileges zoals het marktrecht en eigen rechtspraak. Maar hierna volgde een lange periode van twisten tussen de Schieringers en de Vetkopers dat Friesland tot een toneel maakte van vele verwoestingen. Dat had negatieve gevolgen voor de stad Workum.
 
Belangrijk handelscentrum
In de 16e de eeuw kwam er meer rust in Friesland en ontwikkelde Workum zich niet alleen tot een belangrijke havenstad, maar ook tot een belangrijk marktcentrum. Er waren regelmatige beurtvaarten op Amsterdam, Enkhuizen en verschillende steden en dorpen in Friesland. Daarnaast zorgden de veeteelt en nijverheid voor welvaart.  
Toen in 1504 het munt en gewichtstelsel door George van Saksen werd ingesteld, werd de Workum El (71 cm) als lengtemaat voor heel Friesland vastgesteld. Workum was dus toonaangevend in de linnen- en lakenindustrie. Onder het Saksische bewind was Workum één van de belangrijkste steden van Friesland. In die tijd (1480) werd dan ook een stadhuis gebouwd in Workum, dat daarmee het eerste stadhuis van Friesland was. Ook is men in die periode begonnen met de bouw van de grotere kerk en toren.
Net als andere plaatsen aan de Zuiderzeekust heeft Workum geprofiteerd van de opkomst van Amsterdam als internationaal handelscentrum. De schippers uit Workum sloten contracten af in Amsterdam voor de Oostzeehandel. Er werd een nieuwe verbinding naar het achterland gemaakt door de Djippe Dolte te graven. De Wymerts was met de vele bruggen onbevaarbaar geworden.
 
Veel ambachtelijke bedrijvigheid
Aan het eind van de 18e eeuw raakte Amsterdam haar toonaangevende positie kwijt en wierpen de Fransen handelsbelemmeringen op. Voor de handel en scheepvaart in Zuidwest Friesland was dat een grote klap. Workum wist de tegenslag het beste op te vangen, omdat er niet alleen op scheepvaart gerichte ambachten werden uitgeoefend. De stad telde een groot aantal kalkovens waarvoor uit zee gebaggerde schelpen de grondstof waren. Daarnaast waren er diverse pottenbakkers, dakpannenfabrieken en een lucratieve zouthandel. Bovendien was de landbouw een belangrijke bron van inkomsten.
 
Centrum van palinghandel
In de 19e eeuw kreeg Workum de wind weer in de zeilen door de palinghandel op Londen, Er werden enorme hoeveelheden paling naar Londen overgebracht. Maar omstreeks 1900 was echter het hoogtepunt in de palinghandel voorbij. In 1907 verkocht de laatste Workumer palinghandelaar zijn bedrijf. Wel hielden de Workumers zich bezig met de ansjovisserij, maar het aantal vissers bleef beperkt. Ook deden er Workumer schippers mee met de zogenaamde “Strontarmade”. Zij voeren op tjalken en klippers van circa 100 tot 160 ton vruchtbare koemest van de Friese Zuidwesthoek naar de zandgronden achter de duinen bij Warmond en Hillegom.
 
Nog veel stedenschoon
Dat er met name in de 17e en 18e eeuw veel geld verdiend werd in Workum is vandaag de dag nog te bewonderen in het straatbeeld van de stad Workum. Kijk maar naar de monumenten die in die periode gebouwd zijn zoals de Doopsgezinde kerk (1695), het prachtige Waaggebouw (1650) en de ingrijpende verbouwing van het stadhuis (1727).   In die tijd werd ook de St. Gertrudiskerk weer gerestaureerd en werd het interieur van de kerk uitgebreid met een prachtige nieuwe preekstoel, een regentenbank en een nieuw orgel. Wandelend door Workum ontdekt u nog vele trapgevels, klokgevels, tuitgevels en lijstgevels met fraaie gevelstenen en ornamenten. Dat geldt ook voor de Noorderhaven, die in 1919 gedempt is, maar waar vroeger heel veel bedrijvigheid was. Hier kwamen de beurtschippers binnen met vrachtvervoer uit Sneek, Bolsward, Leeuwarden en vele andere plaatsen. Vandaar dat aan het Dwarsnoard, zo heet het nu, een grote hoeveelheid pronkgevels uit de 17e en 18e eeuw staan. Achter de trapgevel van de voormalige trekschippers herberg De Zwaan, aan het eind van de straat, zette de waard traditiegetrouw de schippers en andere bezoekers hun natje en droogje voor. De gevelsteen achter het pand verwijst naar de tijd dat de paarden de trekschuit vanuit Bolsward naar Workum trokken en hier op adem kwamen.
 
 
Thijs de vries
 
 
Bronvermelding:
Kerst Huisman, Het Friese Prentenkabinet, 1996. Diederik Mönch, Elfstedenfietsroute, 2002. Peter Karstkarel, De Friese Elf Steden, 1992. Bas den Oudsten, Friesland, It bêste lân fan d’íerde, 1972. J.J.Kalma, Friesland toen en nu, 1977. S.J. van der Molen, De Friezen, 1981. Johannes Lolkama, De Tocht der Tochten, 2001, S.C.A. Tan, Schaatsen, 1967. J. Kay, Langs Elf Steden, 1955. M.J. Adriani Engels, De Elfstedentochten, 1947. Evert van Straten, Koud tot op het bot, 1971
 
 

ThuisHandelHistorieUit de FrisoContact en toevoegingenFoto's WorkumVerhalenGeschiedenis