ThuisHandelHistorieUit de FrisoContact en toevoegingenFoto's WorkumVerhalenGeschiedenis
Bedrijven A
Bedrijven B
Bedrijven C
Bedrijven D
Bedrijven E
Bedrijven F
Bedrijven G
Bedrijven H
Bedrijven J
Bedrijven IJ
Bedrijven K
Bedrijven L
Bedrijven M
Bedrijven O
Bedrijven P
Bedrijven R
Bedrijven S
Bedrijven T
Bedrijven V
Bedrijven W
Bedrijven Y
Bedrijven Z
Bedrijven N
F.Nauta  Smid

 
Begine 17
 
1907
 
de smederij
 
 
1901
 
   

H.P.Nauta  Smid

   
 
1928
 
 
 
1937
 
   

J.C.Nauta  Meubelmaker

   
1903
 
Noard 103
 
   

P.Nauta  Smid en winkel

 
P.Nauta
 
Hoefsmid diploma 1950
 
Smederij tegenover de boerderij
 
 

De smederij vanaf de schoolstraat gezien
 
 Anvraag om de gevel te veranderen
 

Begine 16

1957


A.Nawijn  Tuinman

 
1884

B.J.Nozeman  Hotel Ketelaar

 
1877
 

D.van Nussen  Beurtveer

 

Nutsspaarbank


Merk 22 1935

1941

1939

Spaarpot

In 1817 werden in Workum en Haarlem de eerste spaarbanken opgericht. Het initiatief tot
de oprichting kwam van plaatselijke departementen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. De oprichting van deze spaarbanken ging vooraf aan een oproep van het Hoofdbestuur van 'het Nut' om over te gaan tot plaatselijke spaarbanken. In twee jaar tijd volgden nog eens 48 plaatselijke Nutdepartementen het voorbeeld van Workum en Haarlem. A.J. Oostkamp, secretaris van het Zwolse Nutdepartement introduceerde zijn Spaarbank met het noemen van de twee "onloochenbare nuttigheden: tijdelijk voordeel en zedelijk welzijn'. Voortaan zouden de Zwollenaren in geval van ongeluk of ziekte 'in staat zijn, om zich van hunne eigene bezittingen te kunnen voeden en onderhouden, zonder dat zij hunne vrienden en bekenden, of de eene of andere, algemene of bijzondere Armenkas behoeven lastig te vallen, om zoo als men dit wel eens noemt, genade brood te moeten eten".Spaarbanken moesten de arbeiders gelegenheid bieden om in tijden van voorspoed geld opzij te zetten om daarop terug te kunnen vallen in tijden van tegenspoed.
Vanaf 1835 ontstonden naast de Nutspaarbanken ook gemeentelijke spaarbanken, die vaak een gezamenlijk initiatief waren van plaatselijke Nutdepartementen en locale overheden. De spaarbanken maakten een gestage groei van inleggeraantal en
inleggertegoed door. Met betrekking tot bestuur, beheer en dienstverlening traden
geleidelijke verbeteringen op. De Nutspaarbanken en de Gemeentespaarbanken kregen overigens concurrentie van particuliere spaarinstellingen. In 1865 bestonden er al 182 spaarbanken. Na 1870 ontstond een snelle welvaartsstijging waardoor een sterke toename optrad van het aantal particuliere spaarbanken.

ThuisHandelHistorieUit de FrisoContact en toevoegingenFoto's WorkumVerhalenGeschiedenis